Uitspraak
Onderzoek ter zitting
Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Beoordeling van het geschil
cassatie is gericht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag inkomstenbelasting 2009, de verzuimboete en heffingsrente. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de tweejaarstermijn in artikel 3.111 lid 2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in strijd is met het Unierecht, met name de vrijheden van vestiging, kapitaalverkeer en personenverkeer.
De Rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een verboden belemmering van deze Unierechtelijke vrijheden, omdat de regeling objectief en zonder onderscheid naar nationaliteit wordt toegepast op iedereen die aan de voorwaarden voldoet. Belanghebbende had zijn eerdere grief over de kwalificatie van de woning als eigen woning uitdrukkelijk prijsgegeven.
Het Hof onderschrijft het oordeel van de Rechtbank en bevestigt dat de Nederlandse regeling niet in strijd is met het Unierecht. Tevens oordeelt het Hof dat er geen grond is voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak van de Rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de tweejaarstermijn in artikel 3.111 lid 2 Wet IB 2001 niet in strijd is met het Unierecht en verklaart het beroep ongegrond.