Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 2886261/14-3349)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één grief en drie producties;
- de memorie van antwoord in het principaal appel tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel.
3.De beoordeling
uiterlijk vóór 26 juli a.s.de overeengekomen werkzaamheden af te ronden. […]”
Met grief 1 komt [geïntimeerde ] c.s. op tegen het oordeel van de kantonrechter dat de (primaire) vordering [geïntimeerde ] c.s. strekkende tot betaling van het bedrag van € 16.415,80 niet jegens [appellante] toewijsbaar is, omdat [appellante] niet heeft te gelden als wederpartij van [geïntimeerde ] c.s. bij de aannemingsovereenkomst.
dusis gecontracteerd met [appellante] .
Hetgeen door [geïntimeerde ] c.s. overigens aan zijn vorderingen in eerste aanleg ten grondslag is gelegd is in het kader van het incidenteel appel al behandeld.