Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
in verhuurde staat.(…)
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
www.hogeraad.nl.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een beheer- en beleggingsmaatschappij, verkocht in 2009 een oude onroerende zaak en had een herinvesteringsvoornemen om te investeren in een nieuw bedrijfsobject. De Inspecteur corrigeerde de aangifte door de herinvesteringsreserve (HIR) aan de winst toe te voegen, stellende dat sprake was van een samenstel van rechtshandelingen gericht op het omzeilen van artikel 12a van de Wet VPB.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende daadwerkelijk een herinvesteringsvoornemen had en dat de aankoop van het nieuwe pand een vervanging van het oude beleggingsobject betrof. De aandelenoverdracht vond echter kort na de herinvestering plaats, waarbij de nieuwe aandeelhouder materieel de herinvestering verrichtte.
Hierdoor was sprake van een samenstel van rechtshandelingen met als doorslaggevend oogmerk het voorkomen van de toevoeging van de HIR aan de winst. Het Hof oordeelde dat dit een onaanvaardbare doorkruising van de wet was (fraus legis) en bevestigde de aanslagcorrectie van de Inspecteur. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslagcorrectie en voegt de herinvesteringsreserve toe aan de winst wegens fraus legis.