Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 8 februari 2016;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 22 maart 2016;
- nogmaals het verweerschrift, nu met producties, ingekomen ter griffie op 23 maart 2016;
- een brief van de zijde van [appellant] met producties, ingekomen ter griffie op 8 april 2016;
- een brief van de zijde van [appellant] met producties, ingekomen ter griffie op 12 april 2016;
3.De beoordeling
- De vier scholen voor voortgezet onderwijs die de stichting beheert, zullen in de nabije toekomst (voor 2018) allemaal ondergebracht zijn in nieuwbouw.
- Door de nieuwbouw staan geen grote verbouw- of onderhoudsprojecten meer op de planning. Er hoeven geen aanvragen voor vernieuwing of vervanging gedaan of getoetst te worden en er hoeft niet meer onderhandeld te worden met aannemers en onderhoudsbedrijven. Het plegen van groot onderhoud is de komende jaren niet nodig.
- Het onderhoudsproces wordt anders ingericht. De uitvoering van de technische systemen is een meer ICT gestuurd proces geworden, dat in de scholen gecontroleerd wordt. Voor de uitvoering hiervan zijn specifieke kennis, ervaring en competenties nodig.
- het is in strijd met de christelijke grondslag van de stichting om zich op deze wijze van een bekwame, goedwillende werknemer te ontdoen die, gelet op zijn leeftijd, moeilijk nog elders aan de slag kan komen;
- de stichting heeft niet bewerkstelligd dat [appellant] bij KRS aan de slag zou kunnen gaan; als goed werkgever had de stichting dit vooraf moeten en kunnen bedingen; evenmin heeft de stichting onderzocht hoe [appellant] bij haar aan het werk zou kunnen blijven;
- de stichting heeft geen rekening gehouden met de belangen van [appellant] en heeft met hem geen overleg gepleegd.