Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/264921/HA ZA 13-464)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met productie en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
- de brigadier van politie die vrijwel direct na het ongeval ter plaatse was, de heer [brigadier] (hierna: [brigadier] ), bij [appellant] geen alcohollucht heeft waargenomen;
- bij [appellant] geen bloedproef is gedaan;
- [appellant] gekleed was in een lichtblauwe trui, een lange witte sjaal, een lichte spijkerbroek en witte schoenen.
‘nooit zo zou kunnen zijn dat in een procedure beslist zou kunnen worden dat [appellant] de gehele schade zelf zou moeten dragen’(zoals [appellant] in de toelichting op grief VII stelt). Dat zij [appellant] dit niet heeft voorgehouden, kan haar -gelet op de relevante jurisprudentie- dan ook niet worden verweten. Integendeel, naar het oordeel van het hof zou [geïntimeerde] veeleer een onzorgvuldigheidsverwijt gemaakt kunnen worden indien zij bij haar advisering de stellige uitspraken had gedaan die door [appellant] nu worden bepleit.