ECLI:NL:GHSHE:2016:4309
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek scholingsuitgaven wegens ontbreken redelijke verwachting van inkomen
Belanghebbende heeft in 2011 postacademische juridische cursussen gevolgd en de kosten daarvan als scholingsuitgaven in aftrek gebracht in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur accepteerde slechts een deel van de kosten als aftrekbaar. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij na voltooiing van de cursussen redelijkerwijs kon verwachten inkomen te verwerven uit juridische werkzaamheden.
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat belanghebbende in 2011 nog in loondienst was met licht administratief werk en cursussen voor machinebediening gaf, en tot dan toe nooit als jurist had gewerkt of inkomen uit juridische werkzaamheden had aangegeven. Ook is niet gebleken dat de cursussen dienden om bestaand werk te behouden.
Het hof stelt vast dat belanghebbende de bewijslast draagt en dat hij niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 6:27 Wet Pro IB 2001. De stelling dat hem voorafgaand aan de cursussen door de Belastingdienst was toegezegd dat de kosten aftrekbaar zouden zijn, is niet onderbouwd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met afwijzing van de aftrek van scholingsuitgaven bevestigd.