Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2723565 / CV EXPL 14-951)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met drie grieven en zeven producties, waaronder het procesdossier in eerste aanleg;
- de memorie van antwoord;
- het namens [Financieel Adviesbureau] bij brief van 29 februari 2016 toegezonden proces-verbaal van de comparitie van partijen in eerste aanleg op 12 mei 2014;
- de akte van [Financieel Adviesbureau] d.d. 26 april 2016;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] d.d. 24 mei 2016.
3.De beoordeling
- voor eigen rekening of voor rekening van derden of als werknemer werkzaamheden verrichten welke concurreren of vergelijkbaar zijn met de huidige activiteiten van de Vennootschap;
- (anders dan als belegger in beursgenoteerde fondsen) als aandeelhouder, certificaathouder, financier, vennoot of in enige andere hoedanigheid deelnemen in, in dienst zijn van, diensten verlenen of adviezen geven aan enige persoon, rechtspersoon of organisatie die werkzaamheden als die van werkgever verricht;
- Werknemers, afnemers, leveranciers of andere bij de Vennootschap betrokken personen ertoe bewegen of trachten te bewegen om hun contracten met de werkgever geheel of gedeeltelijk te verbreken.’
€ 700.000,00 ter zake van beurde boetes wegens overtreding van het relatiebeding en een bedrag van € 5.445,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2014 tot aan de dag van algehele voldoening;