Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5551582 \ CV EXPL 16-11348)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met drie grieven en vijf producties;
- de memorie van antwoord met een productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De werkneemster trad in mei 2008 in dienst bij Wooncenter en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In juli 2016 werd haar arbeidsovereenkomst opgezegd wegens gebrek aan vertrouwen in haar arbeidshouding. De werkneemster was ziek gemeld en ontving een ziekengelduitkering. Zij vorderde in kort geding de doorbetaling van loon over oktober en november 2016 en daarna totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou eindigen.
De kantonrechter wees de vordering af omdat de werkneemster geen spoedeisend belang had en het recht om de opzegging te vernietigen was vervallen door het niet tijdig indienen van een verzoek binnen de wettelijke termijn van twee maanden. De werkneemster stelde in hoger beroep dat zij erop mocht vertrouwen dat de werkgever de opzegging had ingetrokken, maar het hof oordeelde dat de opzegging duidelijk en ondubbelzinnig was en dat de werkgever geen intrekking had gedaan.
Het hof stelde vast dat de werkneemster de loonbetaling ontving tot september 2016 en dat de werkgever vanaf oktober 2016 de loonbetaling staakte, wat bevestigt dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd. De grieven van de werkneemster konden geen doel treffen, en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van loon wordt afgewezen omdat het recht op vernietiging van de opzegging is vervallen.