Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kocht in 2009 een monumentenpand, verbouwde dit en nam het in 2010 in gebruik. Een deel werd verhuurd aan huurder X, die minder dan 90% belaste prestaties verrichtte, en een ander deel werd onbelast ter beschikking gesteld aan stichting Y. Belanghebbende bracht ten onrechte de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens onjuiste toepassing van de omzetbelastingregels. De rechtbank matigde de boete, maar wees het beroep van belanghebbende grotendeels af. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de verhuur aan X vrijgesteld was omdat niet aan de formele voorwaarden voor belaste verhuur was voldaan. Ook de terbeschikkingstelling aan de stichting kwalificeerde niet als economische activiteit.
Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De boete werd passend geacht vanwege grove schuld en opzet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.