Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
KREDIETBANK LUXEMBOURG te Luxemburg(hierna KBL
). Belanghebbende heeft in zijn aangiften over de onderhavige jaren geen inkomens- of vermogensbestanddelen opgenomen die betrekking hebben op een rekening bij de KBL. Op basis van de gegevens, verstrekt bij de brief van 27 oktober 2000 door de BBI, is een onderzoek ingesteld door de FIOD-ECD en de Belastingdienst, later bekend geworden als het Rekeningenproject. Op de microfiches stonden onder andere de volgende regels:
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond;
vernietigtde uitspraak van de Rechtbank in de zaak met kenmerk AWB 15/1186, doch uitsluitend voor zover daarin ontbreekt de beslissing tot vergoeding van het van belanghebbende ter zake van dat beroep geheven griffierecht;
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
gelastdat de Inspecteur aan belanghebbende vergoedt het van hem geheven griffierecht ter zake van het beroep met kenmerk AWB 15/1186 ten bedrage van € 45.