Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/324903 KG/ZA 16-849)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten en mede-vennoten van een vennootschap onder firma (vof) over conservatoir beslag op vier paarden en hun veulens. De vof is gevestigd op het woonadres van appellante. Geïntimeerde, die in staat van faillissement is verklaard, had beslag laten leggen op de paarden en was veroordeeld tot terugbrengen van enkele paarden naar de bewaarders.
Appellante vordert in hoger beroep opheffing van het beslag, terugbrengen van de paarden en veulens naar de bewaarders, en betaling van een voorschot op schadevergoeding. Het hof overweegt dat het faillissement van geïntimeerde niet het faillissement van de vof impliceert, aangezien de vof een afgescheiden vermogen heeft. De vorderingen tot opheffing van het beslag en terugbrengen van de paarden zijn niet-verifieerbare vorderingen die tegen de curator kunnen worden ingesteld.
Het hof oordeelt dat het beslag op de paarden moet worden opgeheven omdat er geen redelijk belang bestaat dat zich tegen opheffing verzet. De vorderingen tot afgifte van de paarden en veulens worden afgewezen voor zover niet vaststaat dat geïntimeerde daartoe in staat is. De overige onderdelen van het vonnis worden bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir deelgenotenbeslag op de vier paarden wordt opgeheven, overige vorderingen worden bekrachtigd.