Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
's-Hertogenbosch van 3 juni 2014, 3 november 2014, 10 november 2014, 3 april 2015 en 24 juli 2015.
2.Het geding in hoger beroep
Primairte bepalen dat de grijs geaccentueerde inboedelgoederen vermeld op productie 2 aan de vrouw worden toegedeeld met veroordeling van de man om binnen één maand na betekening van deze beschikking er aan mee te werken dat deze inboedelgoederen in goede staat aan de vrouw worden overgedragen op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 500,-- voor elke dat dat de man in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, althans een zodanig bedrag vanaf een zodanige datum als het hof redelijk oordeelt.
bedoeld zal zijn: waarde, opm. hof) van de Opmaat Verzekering van € 29.343,47 pas bij de man opeisbaar is vanaf de datum waarop de polis feitelijk tot uitkering komt, subsidiair te bepalen dat deze polis voor de contante waarde per de peildatum van 17 mei 2013 in de verrekening dient te worden betrokken (nummer 48).
- de vrouw, bijgestaan door mr. Schellens-Stoks.
- de man, bijgestaan door mr. Van Opstal.
3.De beoordeling in beide zaken.
€ 400,81
Daarnaast verplichten de echtgenoten zich alsdan te zullen verrekenen de waardeveranderingen, ontstaan tijdens het huwelijk, van de echtelijke woning.De man stelt dat op basis van deze bepaling niet alleen de waardevermeerdering van de woning moet worden verrekend maar ook een eventuele waardevermindering. De vrouw bestrijdt dit. Volgens haar komt alleen waardevermeerdering in aanmerking voor verrekening, niet een eventuele waardevermindering.
daarnaastjegens de man recht zou hebben op een bedrag van
€ 10.275,00
€ 1.379,24
€ 1.427,27
4.De beslissing in beide zaken
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de benoeming van deze deskundige bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen.
en ten aanzien van de conceptrapportage– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
drie maandennadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;