Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 3],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 4] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/287719 / HAZA 14-683)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 2 februari 2017 door Verhoeven toegezonden producties 23 tot en met 28b, die mr. Groenwoud bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
Koper zal aan verkoper een bijbetaling voldoen zodra vaststaat dat het verkochte geheel of gedeeltelijk wordt betrokken in een planontwikkeling waarbij woningbouw en utiliteitsbouw zal plaatsvinden. (…)
Het bedrag van de bijbetaling ad f 25,00 per m2 zal vanaf 1 januari 2000 worden verhoogd met een percentage overeenkomst de stijging van het indexcijfer “Consumentenprijsindex CBS, Alle huishoudens”, vanaf 1 januari 2000 tot datum uitbetaling van de bijbetaling.
Uitbetaling van de bijbetaling zal geschieden voordat met bebouwing in het betreffende plangebied zal worden aangevangen en heeft tot gevolg dat het verbod tot bebouwing van het verkochte komt te vervallen.
Partijen gaan er van uit dat binnen een periode van ongeveer tien jaren het gebied, waarin het verkochte is gelegen, tot ontwikkeling voor bebouwing komt. Indien over tien jaren, gerekend vanaf datum notariële akte er geen uitzicht is op enige ontwikkeling door bebouwing, komt de verplichting tot bijbetaling te vervallen. Bepalend daarvoor zal zijn het bestemmingsplan, waarbij in het geval over deze periode van tien jaren een wijziging van de bestemming is doorgevoerd tot natuurgebied of dergelijke, de betalingsverplichting vervalt, doch in het geval de bestemming dan duidt op een mogelijke ontwikkeling voor bebouwing (zoals kernrandzone, toekomstig woongebied of anderszins) de verplichting blijft bestaan.
partijen er van uit gaan dat binnen een periode van tien jaar het gebied tot ontwikkeling komt;
indien over tien jaar geen uitzicht is op enige ontwikkeling voor bebouwing de verplichting komt te vervallen;
bepalend daarbij zal zijn het bestemmingsplan, waarbij in geval over deze periode van tien jaar een wijziging tot bestemming natuurgebied o.d. is doorgevoerd, de verplichting vervalt, doch in geval de bestemming dan duidt op een mogelijke ontwikkeling voor bebouwing (o.a. kernrandzone, toekomstig woongebied o.d.) de verplichting blijft bestaan.”
niet in aanmerking komt voor bebouwing[cursivering hof]. Deze begrenzing in de tijd is erop gebaseerd dat naar verwachting binnen tien jaar na heden er duidelijkheid zal ontstaan in hoeverre het onderstaand gebied voor bebouwing in aanmerking komt”.
geen bestemming voor bebouwing mogelijk wordt” [cursivering hof].
bestemming geen woningbouw is; indien wel woningbouw dan bijbetalen bedrag Y.
geen uitzicht op" [cursivering hof]. [medewerker van Bouwontwikkeling 1] heeft in zijn verslag van het gesprek het volgende geschreven (mva, 3.16): “Bijbetaling f25,-, --/ per m2 voordat bebouwing gerealiseerd wordt. Prijs geïndexeerd (...). Beëindiging na tien jaar mits
geen bestemming op woningbouw" [cursivering hof].