Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 355660 CV EXPL 12-5303)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens van grieven in incidenteel appel, tevens houdende vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, tevens antwoord vermeerdering van eis;
- de bij H 12 formulier d.d. 9 augustus 2017 van de zijde van [geïntimeerde] toegezonden producties en productieoverzicht voor pleidooi,
3.De beoordeling
mogelijktijdens de kopstoot van de koe een ruptuur is opgetreden van de tractus ileotibialis en dit
kanleiden tot patellofemorale instabiliteitsklachten, terwijl dit volgens [deskundige 2] niet is gediagnotiseerd en ook op een later tijdstip heel moeilijk alsnog is te diagnotiseren. Voorts doet het klachtenpatroon zoals betrokkene beschrijft [deskundige 2] vermoeden dat mogelijk sprake was van een traumatische ruptuur. Het door prof [deskundige 2] geformuleerde vermoeden is evenwel niet voldoende om aan te nemen dat dat [geïntimeerde] de gestelde schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. [geïntimeerde] dient aannemelijk te maken dat zijn klachten daadwerkelijk door blootstelling aan schadelijke werkomstandigheden zijn veroorzaakt. Aldus [appellante] .
kunnenzijn veroorzaakt. Anders dan [appellante] betoogt is het hof van oordeel dat daarvan voldoende blijkt uit het rapport van [deskundige 2] . [deskundige 2] heeft als deskundige de diagnose
waarschijnlijkdoorgemaakte tractus ileotibialisscheur gesteld met als gevolg een subtiele patellofemorale instabiliteit. Volgens [deskundige 2] is tijdens de kopstoot van de koe mogelijk een ruptuur opgetreden van de tractus ileotibialis, hetgeen kan leiden tot patellofemorale instabiliteitsklachten, zoals betrokkene die presenteert. Alhoewel volgens [deskundige 2] niet met zekerheid is te stellen dat betrokkene ( [geïntimeerde] , hof) daadwerkelijk een tractus ileotibialis ruptuur heeft opgelopen bij het ongeval, wordt dat door [deskundige 2] aangenomen op basis van de instabiliteitsklachten welke betrokkene ( [geïntimeerde] , hof) ervaart, en de lateralisatie van de patella welke is gezien op de CT arthrografie vervaardigd bij dr. [derde] .