Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
[E] en mevrouw [F] .
2.Feiten
- [bedrijf 5] B.V. (voorheen: [bedrijf 4] B.V.);
- [bedrijf 6] B.V.;
- [bedrijf 7] B.V.; en
- [bedrijf 8] B.V.; en
- [bedrijf 9] N.V..
0,25% per jaar. Voor de berekening van de creditrente wordt het aantal dagen van een kalendermaand en dat van een kalenderjaar gesteld op het juiste aantal dagen. De rente wordt per afrekenperiode achteraf berekend en na de afrekenperiode bijgeschreven op de renterekening.
Rentecompensatie
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond,
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank,
- vernietigtde uitspraken van de Inspecteur,
- vermindertde aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van nihil,
- vermindertde beschikking heffingsrente dienovereenkomstig,
- stelthet verlies
vastop een bedrag van € 76.847, - veroordeeltde Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie) tot vergoeding van immateriële schade, vastgesteld op € 500;
- gelastdat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 825 vergoedt, en
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het beding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 1.113,75.