Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/288452/HA ZA 15-34)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met vier producties;
- de memorie van antwoord met drie producties;
- het pleidooi van 22 juni 2017, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
“van schenking door de heer [appellant] aan zijn kinderen van certificaten van aandelen in het kapitaal van NV [BV] onder voorbehoud van het recht van vruchtgebruik”verleden (productie 12 bij inleidende dagvaarding). Vanaf 22 september 2006 zijn naast [appellant] ook [appellante] en de drie kinderen van [appellant] bestuurders van de STAK.
blijkt niet correct. Per abuis is in de aangifte geen rekening gehouden met de overdracht van de aandelen in NV [BV] per 22 september 2006. Als gevolg van deze overdracht verschuift het pand in [plaats 1] alsmede de schuld met betrekking tot het pand van box 1 naar box 3. (…) Wij willen u verzoeken bij het opleggen van de definitieve aanslag rekening te houden met bovengenoemde verschuiving”.
is compromissoir overeengekomen en bedraagt op het beëindigingsmoment € 1.700.000.
, vraagt de heer [derde 3] eerst naar de daadwerkelijke motieven van [appellanten] om daartoe te besluiten.
‘(…). Wij bespreken of [appellanten] ook in de nieuwe opzet de aandelen [N.V.] N.V. zullen schenken onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik. [appellanten] geven aan daar wel voor te voelen, aangezien ze daarmee ’zelf aan de kraan’ blijven zitten. (…).’
€ 1.700.000,00. Gelet hierop kan er naar het oordeel van het hof van uitgegaan worden dat [appellanten] het door hen gestelde bedrag ook aan de Belastingdienst verschuldigd zouden zijn geweest, indien de resultaten van de door [appellanten] aan [Autogroep] ter beschikking gestelde panden in de aangiften IB 2006 tot en met 2011 wel in box 1 waren opgegeven.