Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Procesverloop
2.Het verzoek
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
14 september 2007, nr. 43 294, ECLI:NL:HR:2007:BB3489).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een verzoek van de ontvanger van de Belastingdienst om geheimhouding van interne stukken (G1 tot en met G5) die betrekking hebben op een belastingaanslag en een strafrechtelijk onderzoek. Na verwijzing door de Hoge Raad is de zaak in behandeling bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waar de geheimhoudingskamer zich over dit verzoek boog.
De ontvanger beriep zich op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de stukken niet openbaar te maken, omdat het interne documenten betreft die normaliter niet worden verstrekt. Belanghebbende stelde dat deze stukken van belang zijn voor zijn verdediging en dat de ontvanger onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geheimhouding gerechtvaardigd zou zijn.
De geheimhoudingskamer oordeelde dat de stukken onmiskenbaar op de zaak betrekking hebben en dat het etiket 'intern' geen gewichtige reden vormt om de stukken te weigeren. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming zwaarder weegt dan het belang van de ontvanger bij geheimhouding.
Daarom wees de kamer het verzoek om geheimhouding af en stelde de stukken ongeschoond ter beschikking aan de meervoudige kamer die de hoofdzaak behandelt. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid van compensatie in de procedure indien geheimhouding tot nadelen leidt voor belanghebbende.
Tegen deze tussenuitspraak is geen zelfstandig rechtsmiddel mogelijk, maar kan alleen worden bestreden in het kader van het hoger beroep of cassatie tegen de einduitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van interne stukken is afgewezen en deze stukken worden ongeschoond aan belanghebbende verstrekt.