ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1891
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.W. Bodt
- L.B.M. Klein Tank
- P. Tikken
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling bestuurder voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Eiseres, voormalig bestuurder van [A] BV, is aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2008 en 2009, inclusief verzuimboete en heffingsrente, ter hoogte van € 948.743. Verweerder baseert de aansprakelijkstelling op artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990, waarbij eiseres wordt verweten kennelijk onbehoorlijk bestuur te hebben gepleegd.
De rechtbank oordeelt dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden, aangezien eiseres tijdig inzage had in de stukken en voldoende gelegenheid tot reactie. Ook is geen wezenlijke schending van de rechten van de verdediging vastgesteld. De melding betalingsonmacht door [A] is rechtsgeldig erkend, maar dit ontslaat eiseres niet van aansprakelijkheid vanwege kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand aan de melding.
De rechtbank stelt vast dat eiseres betrokken was bij het verwerken van onjuiste, te lage facturen in de administratie van [A], hetgeen door de Fiod is bevestigd. Dit vormt voldoende grond om haar aansprakelijk te houden. De hoogte van de naheffingsaanslagen wordt door verweerder voldoende onderbouwd en niet als te hoog beoordeeld. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij wordt aansprakelijk gehouden voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting tot een bedrag van € 948.743.