Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende B.V. is aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting van een fiscale eenheid waarvan zij deel uitmaakte. De aansprakelijkstelling is gebaseerd op artikel 43 van Pro de Invorderingswet 1990. Belanghebbende betwistte de aansprakelijkheid met een beroep op het evenredigheidsbeginsel en de BTW-richtlijn, verwijzend naar eerdere arresten van het Hof van Justitie.
Het Hof overwoog dat de fiscale eenheid geen rechtspersoonlijkheid bezit en geen afgescheiden vermogen heeft, waardoor de wetgever de natuurlijke personen en lichamen die samen de fiscale eenheid vormen hoofdelijk aansprakelijk stelt om de invordering van belastingschulden te waarborgen. Dit is in lijn met artikel 193 van Pro de BTW-richtlijn en het doel van artikel 43 IW Pro.
Verder oordeelde het Hof dat de aansprakelijkheid alleen relevant is op het moment dat de belasting verschuldigd werd, ongeacht of de fiscale eenheid ten tijde van de beschikking tot aansprakelijkstelling nog bestond. De bezwaren van belanghebbende werden verworpen, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd zonder vergoeding van griffierechten of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling wordt bevestigd.