Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het op 10 juli 2017 ter griffie ingekomen beroepschrift;
- een brief van de advocaat van [appellante] d.d. 14 augustus 2017 met één productie;
- het op 14 september 2017 ter griffie ingekomen verweerschrift in principaal appel, tevens beroepschrift in (voorwaardelijk) incidenteel appel, tevens incidenteel verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad, met vier producties (genummerd 15 tot en met 18), tevens houdende vermeerdering van eis in het incidenteel appel;
- een op 10 oktober 2017 ter griffie ingekomen brief van de advocaat van [appellante] met akte houdende wijziging van eis;
- een op 13 oktober 2017 ter griffie ingekomen brief van de advocaat van [appellante] met als bijlagen het procesdossier van de eerste aanleg, alsmede drie aanvullende producties, genummerd 4 tot en met 6;
- het op 18 oktober 2017 ter griffie ingekomen verweerschrift in het (voorwaardelijk) incidenteel appel, tevens verweer op het incidenteel verzoek en akte (voorwaardelijke) vermeerdering van eis zijdens [appellante] ;
- de op 25 oktober 2017 gehouden mondelinge behandeling, bij gelegenheid waarvan partijen pleitnota’s hebben gehanteerd die aan het hof zijn overgelegd;
- een op 4 november 2017 ingekomen brief van de advocaat van [appellante] .
2.De beoordeling
de winkelopbrengsten van de afdelingswinkeltjes over de periode 2014 tot heden, […];
de contante geldopnames bij de Centrale Kas voor het winkel- en (voedings)budget [locatie] over de periode 2014 tot heden.
- [appellante] heeft vanwege de afdracht van winkelopbrengsten en vanwege op haar verzoek, dan wel door haar tussenkomst, opgenomen contante bedragen gelden van [de stichting] onder zich gehad;
- uit de administratie van [de stichting] blijkt niet dat de winkelopbrengsten zijn gestort bij de Centrale Kas, noch blijkt daaruit waaraan de contante opnamen zijn besteed, zodat deze bedragen zijn verdwenen;
- [appellante] geeft geen plausibele verklaring voor de besteding of het verdwijnen van deze bedragen;
- ondanks de vraag van [de stichting] om duidelijkheid te verschaffen heeft zij deze niet verschaft en wil zij deze ook niet verschaffen, hoewel het gelet op haar functie en de gebleken gang van zaken wel op haar weg lag om die duidelijkheid te verschaffen.
niet willenverstrekken van die informatie is dat wel, maar die omstandigheid kon [de stichting] op 14 maart 2017 bij gebrek aan een nader (neurologisch) onderzoek in redelijkheid niet vaststellen. In zoverre slagen de grieven IX en X en komt het hof tot het oordeel dat de kantonrechter het verzoek om de opzegging te vernietigen ten onrechte heeft afgewezen. Dat betekent dat de beschikking waarvan beroep niet in stand kan blijven.