ECLI:NL:GHSHE:2017:5971
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Oost-Brabant. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte reeds eerder hoger beroep had ingesteld tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis, welke door het hof was afgewezen op 3 augustus 2017.
Volgens artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering mag een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep komen tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis. Hoewel artikel 406, tweede lid, het recht op appelleren tegen een ter terechtzitting gegeven afwijzing regelt, wijzigt dit niet de beperking uit artikel 87, tweede lid.
Het hof verwijst naar de wetsgeschiedenis en een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:BZ6526) die bevestigen dat de wetgever niet de bedoeling had om meerdere beroepsmogelijkheden te creëren voor hetzelfde verzoek. Daarom verklaart het hof verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep. Tevens komt het hof niet toe aan de beoordeling van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.