ECLI:NL:GHSHE:2019:67
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- R.A.T.M. Dekkers
- F.J.M. Walstock
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank waarbij het verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis werd afgewezen. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte eerder al in beroep is gekomen tegen een soortgelijk verzoek, dat inhoudelijk door dit hof werd behandeld en afgewezen.
Op grond van artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft een verdachte slechts eenmaal het recht om in hoger beroep te komen tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis. Hoewel artikel 406, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het recht geeft om te appelleren tegen een ter terechtzitting gegeven afwijzing, verandert dit niet de hoofdregel dat slechts één beroepsmogelijkheid bestaat.
Het hof verwijst naar wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad, die bevestigen dat het niet de bedoeling is om meerdere beroepsmogelijkheden te creëren tegen afwijzingen van voorlopige hechtenis. Daarom verklaart het hof verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en wijst het beroep af.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.