Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
- verklaart het hoger beroep ongegrond
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een woningbouwvereniging, maakte bezwaar tegen de verhuurderheffing over 2014, omdat zij meende dat de koppeling tussen de heffing en de mogelijkheid tot compensatie via huurverhoging onvoldoende was en dat de heffing een individuele en buitensporige last vormde. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof overwoog dat de verhuurderheffing een inbreuk vormt op het eigendomsrecht, maar dat deze inbreuk wettelijk is voorzien en een legitiem algemeen belang dient. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het bepalen van de proportionaliteit en het Hof oordeelde dat deze niet is overschreden. De koppeling tussen heffing en huurverhoging is minder direct dan belanghebbende stelde, en de wetgever heeft rekening gehouden met andere mogelijkheden om de heffing te compenseren.
Verder stelde belanghebbende dat sprake was van een individuele en buitensporige last en schending van het gelijkheidsbeginsel. Het Hof vond dat belanghebbende niet aan haar bewijslast had voldaan en dat de beperking van de heffing tot het gereguleerde segment objectief en redelijk was gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.