ECLI:NL:RBDHA:2016:12971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- E.I. Batelaan-Boomsma
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil verhuurderheffing 2014 en toepassing WOZ-beschikking
Eiseres, eigenaar van een derde deel van 47 huurwoningen, heeft bezwaar gemaakt tegen de verhuurderheffing 2014 die zij heeft voldaan. Zij stelt dat de heffing in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en het Twaalfde Protocol bij het EVRM, dat er onterecht geen onderscheid wordt gemaakt tussen volle en beperkte eigendom, en dat zij ten onrechte te veel heffing heeft betaald door de gezamenlijke toepassing van de drempel.
De rechtbank overweegt dat belastingheffing een inbreuk op eigendomsrechten kan vormen, maar dat de verhuurderheffing een wettelijke basis heeft, voorzienbaar en met procedurele waarborgen. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid en de heffing dient een legitiem algemeen belang, namelijk het genereren van inkomsten en het verbeteren van de woningmarkt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Ook is geen sprake van strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel, aangezien het maken van onderscheid tussen volle en beperkte eigendom niet evident onredelijk is en de koppeling aan de WOZ-beschikking gerechtvaardigd is.
Ten slotte wijst de rechtbank het beroep af omdat de wettelijke bepalingen omtrent de toepassing van de vrijstelling bij mede-eigendom niet buiten toepassing kunnen worden gelaten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhuurderheffing 2014 wordt ongegrond verklaard.