ECLI:NL:GHSHE:2018:2684
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel van arrest wegens vermeende kennelijke fout
In deze zaak verzocht appellant het gerechtshof ’s-Hertogenbosch om een kennelijke fout in het arrest van 15 mei 2018 te herstellen. Appellant betoogde dat de rolraadsheer ten onrechte had vastgesteld dat het recht om de memorie van grieven te nemen was vervallen en dat een akte van niet-dienen was verleend. Hij verwees naar een andere procedure waar een vergelijkbare situatie anders was beoordeeld.
Geïntimeerde voerde verweer en stelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro die eenvoudig kon worden hersteld. Het hof overwoog dat het bezwaar van appellant een inhoudelijk geschil betrof over de beslissing van de rolraadsheer en niet een evidente verschrijving of rekenfout.
Het hof concludeerde dat het verzoek tot verbetering van het arrest niet kon worden toegewezen en wees het verzoek af. Hierdoor werd appellant niet alsnog in de gelegenheid gesteld de memorie van grieven te nemen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het arrest wordt afgewezen wegens ontbreken van een kennelijke fout.