Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart de hoger beroepen ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende verzorgde haar moeder thuis met een persoonsgebonden budget (pgb) nadat de zorg in het verpleeghuis niet naar wens was. Voor de jaren 2011, 2012 en 2013 ontving zij bedragen uit het pgb die de Belastingdienst als belastbaar inkomen aanmerkte. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zorgverzekeringswet, maar deze werden gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof bevestigde dat het pgb, ook wanneer zorg door familie wordt verleend, als economische activiteit moet worden gezien en dat het ontvangen bedrag derhalve belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie van het Hof en de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de feitelijke situatie in de jaren 2011 tot en met 2013 identiek was aan die in 2010, waarop eerder een vergelijkbare uitspraak is gedaan. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslagen voor 2011-2013 worden bevestigd.