Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 mei 2016 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 juni 2016;
- de akte met een productie zijdens [appellant] van 15 november 2016;
- de memorie van grieven van 27 december 2016 met eiswijziging en één productie;
- de memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel van 7 maart 2017 met vier producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van 18 april 2017.
6.De beoordeling
3.ARBEIDSKUNDIGE OORDEELSVORMING
- de loonsanctie vanaf 26 augustus 2013 was een nieuwe loonsanctie en [geïntimeerde] had hem op grond van het bepaalde in artikel 7:629, lid 7 BW eerst (opnieuw) moeten waarschuwen dat zij daartoe over zou gaan, alvorens de sanctie toe te passen (mvg nr. 4.1.4 en 4.1.11);
- het niet voldoen aan de voorwaarde om op kantoor te verschijnen kon [appellant] niet worden toegerekend, omdat zijn gezondheidstoestand dat niet langer toeliet en hij zich ziek had gemeld (mvg nr. 4.1.10);
- de bij brief van 13 augustus 2013 aan hem gestelde voorwaarden waren geen “redelijke voorschriften” in de zin van artikel 7:629, lid 3 onder d BW oud (mvg nr. 4.1.14).
- op 19 augustus 2013 te verschijnen op kantoor;
- de voor een WIA-uitkering benodigde papieren te tekenen;
- een afspraak te hebben gemaakt met Picos voor een vervolggesprek;
- zich permanent in Nederland te vestigen en elke maandag op kantoor te verschijnen.