Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 3],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 4],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/296183 / HA ZA 15-165)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van [appellanten c.s.] met producties;
- de antwoordakte van de gemeente.
3.De beoordeling
en 4 op 19 september 1995 in eigendom hebben verkregen. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie [sectieletter] , nummer [sectienummer 2] (hierna perceel [sectienummer 2] ).
€ 1.850,- en [appellanten c.s.] ten slotte hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten met nakosten en rente. De rechtbank heeft de vorderingen van [appellanten c.s.] in reconventie afgewezen.
Deze stelling faalt. De kosten zoals gevorderd op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro zijn kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid. In verband met de kosten zoals gevorderd op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c is Pro niet relevant of de hoofdvordering al dan niet strekt tot betaling van een schadevergoeding.
Grief 4 faalt.