Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Beheer] Beheer B.V,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Holding] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Vermogensstrategieën] Vermogensstrategieën B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Insurance ] Insurance Partners B.V.,
[appellant 5],
1.de maatschap [de maatschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geintimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/278287/ HA ZA 14-185)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
€ 178.504,00, zijnde een bedrag van in totaal € 1.883.504,00. In de accountantsverklaring is opgenomen dat de waarde van de voorgenomen inbreng, zoals beschreven naar de toestand per 1 oktober 2008, tenminste gelijk is aan het bedrag van de stortingsplicht ad
heeft [geintimeerde 2] aangegeven dat de inbreng zou plaatsvinden op basis van de door partijen aan te leveren tussentijdse cijfers per 30 september 2008. De stukken van [vermogensstrategieën & Insurance] (bijlage 3 en 4) heeft [geintimeerde 2] destijds ontvangen van de heer [controller] , de controller van [vermogensstrategieën & Insurance] , en de stukken van [assurantiekantoor] (bijlage 5) van de heer [administrateur] , de administrateur van [assurantiekantoor] . Bijlage 5, waar [geintimeerde 2] naar verwijst, bestaat uit twee kolommenbalansen: een kolommenbalans na correcties, eindigend met een negatief resultaat van € 138.198,00, en een kolommenbalans vóór correcties, eindigend met een negatief resultaat van € 245.427,00.
I. [geintimeerde 2] heeft geen, althans onvoldoende, onderzoek gedaan naar
‘Geconstateerd moet worden dat betrokkene heeft nagelaten over deze posten (…) overleg met zijn opdrachtgevers te voeren, hetgeen geïndiceerde was nu de verschillen in de twee kolommenbalansen vragen opriepen, althans hadden moeten oproepen. Door ter zake geen nader onderzoek te verrichten heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel deskundigheid en zorgvuldigheid. Dit onderdeel van de klacht is daarom gegrond. Wel dient een en ander in zoverre gerelativeerd te worden, dat ook al zou het genoemde verschil ad € 158.114,= door betrokkene bij zijn inbrengverklaring in ogenschouw zijn genomen, dan nog zou dit geen afbreuk hebben gedaan aan de verklaring over het aanwezig zijn van de toentertijd geldende minimale stortingsplicht op de aandelen van
€ 1.601.000,=.’
€ 169.551,00 en de werkelijke waarde van € 11.437,00 bestaat enerzijds uit kosten die ten onrechte in het 4e kwartaal van 2008 zijn geboekt maar in het 3e kwartaal van 2008 thuishoren en anderzijds uit ten onrechte geboekte opbrengsten. Indien [de maatschap c.s.] nader onderzoek had verricht en overleg had gevoerd met [appellante 1 c.s.] , dan had [appellante 1 c.s.] de fusie niet doorgezet. Niet alleen had zij dan geweten dat de waarde van de aandelen [assurantiekantoor] en daarmee de waarde van de desbetreffende vennootschap nagenoeg nihil was, maar ook dat een samenwerking zou worden aangegaan met een partij die dit door middel van de aangebrachte correcties trachtte verborgen te houden, teneinde [appellante 1 c.s.] doelbewust te misleiden, aldus [appellante 1 c.s.] [de maatschap c.s.] is volgens [appellante 1 c.s.] op grond van artikel 6:74 BW Pro dan wel 6:162 BW gehouden de door [appellante 1 c.s.] geleden schade te vergoeden. Deze schade, nog nader op te maken bij staat, bestaat onder meer uit (i) misgelopen omzet en winst als gevolg van het faillissement van [assurantiekantoor] , (ii) financiële lasten van in het kader van de fusie gedane investeringen en aangegane financiële verplichtingen, (iii) fusiekosten, (iv) afgeboekte vorderingen op [assurantiekantoor] als gevolg van het faillissement, (v) kosten in het kader van het faillissement van [assurantiekantoor] en (vi) advocaatkosten, aldus [appellante 1 c.s.] ”
”De opdrachtnemer moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen.”.
“De werkelijke inbreng zou plaats vinden op basis van de door partijen aan te leveren tussentijdse cijfers per 30 september 2008. De stukken van [Insurance ] Insurance Partners B.V. en [Vermogensstrategieën] Vermogensstrategieën (bijlage 3 en 4) zijndestijds(onderstreping hof)
door [de maatschap] accountants en adviseurs, ontvangen van de heer [controller] , controller van de [organisatie] en destukken(onderstreping hof)
van Assurantiekantoor [assurantiekantoor] B.V. (bijlage 5) van de heer [administrateur] , administrateur van [assurantiekantoor] .”Uit het hiervoor aangehaalde gedeelte van de brief van 3 maart 2010 maakt het hof op dat destijds –dus ten tijde van het opmaken van de inbrengverklaring- de stukken (meervoud) van [assurantiekantoor] door [de maatschap c.s.] zijn ontvangen. Verder stelt het hof vast dat “bijlage 5” (de destijds, dus vóór het opstellen van de inbrengverklaring van [administrateur] ontvangen stukken) de beide hiervoor genoemde kolommenbalansen betreft.