3.5.1Bij verzoekschrift in hoger beroep verzoekt [appellant] - samengevat - dat het hof bij arrest (het hof leest: beschikking), uitvoerbaar bij voorraad:
I [verweerster] veroordeelt tot herstel van de arbeidsovereenkomst vanaf 1 juni 2018, onder toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 7:683, lid 4 , juncto artikel 7:682, lid 6 BW;
II. de beschikking vernietigt voor zover de vorderingen van [appellant] zijn afgewezen en opnieuw recht doende:
[verweerster] veroordeelt:
- tot betaling van een bedrag ad € 22.427,44 bruto aan achterstallig salaris over de periode van 1 februari 2016 tot en met 31 mei 2018, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot betaling van een bedrag ad € 1.794,20 bruto aan vakantietoeslag over de periode van 1 februari 2016 tot en met 31 mei 2018, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot vergoeding een bedrag ad € 3000,- aan buitengerechtelijke advieskosten te vermeerderen met de wettelijke rente;
- aan [appellant] een gecorrigeerde jaaropgaaf 2016 te doen toekomen, alsmede de bruto/netto specificatie behorende bij de aan hem betaalde transitievergoeding, binnen twee weken na datum uitspraak op straffe van een dwangsom;
- tot betaling van een bedrag ad € 5.282,51 bruto aan bonus over 2017, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na datum uitspraak;
Subsidiair: voor het geval de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in stand wordt gelaten, verzoekt [appellant] tevens [verweerster] te veroordelen tot betaling
- van het verschil ad € 3.276,77 bruto aan transitievergoeding;
- van een billijke vergoeding ad € 60.000 bruto,
met veroordeling van [verweerster] in de kosten.