Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, werkzaam bij een werkgever die een personenauto ter beschikking stelde voor privégebruik, maakte bezwaar tegen de ingehouden loonheffingen op grond van het autokostenforfait van artikel 13bis Wet LB. De Inspecteur verklaarde enkele bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en andere ongegrond. De Rechtbank verklaarde één beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar voor dat tijdvak.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de bijtelling in strijd is met artikel 110 VWEU Pro, omdat de regeling de invoer van gebruikte auto’s uit andere lidstaten belemmert. Het Hof stelde vast dat sprake was van een zuiver binnenlandse situatie, omdat de gebruikte auto in Nederland was ingeschreven en toegelaten tot de weg, en dat artikel 110 VWEU Pro daarom niet van toepassing is.
Het Hof verwierp ook het beroep op redelijkheid en billijkheid van de wet en zag geen aanleiding voor een prejudiciële vraag aan het HvJ EU. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd, en er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.