ECLI:NL:HR:2019:1321
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonheffing
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 december 2018, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake ingehouden loonheffing over diverse tijdvakken heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 13 september 2019 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.