Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- de akte van de vrouw van 7 juni 2016;
- de akte van de man van 7 juni 2016;
- de antwoordakte van de vrouw van 5 juli 2016;
- de antwoordakte van de man van 5 juli 2016.
9.De beoordeling
vrouw, samengevat, het volgende aan.
derhalve zijn aandeel in de koopsom en overige te maken kosten geleend zodat beiden een gelijk bedrag konden dragen.” Aldus heeft de vrouw de man € 90.638,68 geleend. Het overgrote gedeelte van dit bedrag werd aan de woning besteed “
reden waarom het geld ook pas opeisbaar werd bij de toedeling c.q. verkoop van de woning.” Hiermee hebben partijen samen geïnvesteerd in de woning (mvg, pt. 31, 32 en 35). Dit brengt echter niet mee dat de man een vergoedingsrecht heeft. Partijen hebben ook willen voorkomen dat de man onder zijn terugbetalingsverplichting zou kunnen uitkomen. Daarom is in art. 6 lid 4 van Pro de samenlevingsovereenkomst bepaald dat indien een van partijen meer betaalt voor de aanschaf van de woning, de vordering op de ander voor het meerdere opeisbaar is bij het einde van de samenleving (mvg, pt. 40).
manheeft de rechtbank een juiste beslissing genomen door te overwegen dat de vrouw het door hem geïnvesteerde bedrag van € 90.638,68 aan hem dient te voldoen. De gehele lening van € 90.638,68 is geïnvesteerd in de woning (mva, pt. 4.15), waarvan € 50.000,-- ter financiering van de aankoop (mva, pt. 3.1).
hofoordeelt als volgt.
hofoordeelt als volgt.
AU8938, (m.n.) rov. 3.4.3, ten slotte, gaat niet op. In de zaak waarover de Hoge Raad zich uitsprak, was geen sprake van een geldlening van de ene deelgenoot aan de ander, ging het om (ex-)echtgenoten en had de woning een zogenoemde meerwaarde.
manvoert daartoe het volgende aan.
manberoept zich voorts – samengevat – nog op het volgende.
- i) Ten tijde van de aankoop van de woning in 2003 verkeerde de woningmarkt in zeer goede staat en waren de vooruitzichten gunstig. Pas in 2008 is de huizenmarkt ingestort. Partijen hebben bij aankoop van de woning en het opstellen van de geldleningsovereenkomst niet gedacht aan een waardedaling van de woning. In de geldleningsovereenkomst is daar ook geen voorziening voor opgenomen. Er is daarom sprake van een leemte in de overeenkomst van geldlening (akte, pt, 6)
- ii) De geldleningsovereenkomst is gesloten met het doel te voorkomen dat de vrouw, indien de relatie zou worden verbroken, de man zou moeten uitkopen, “in ieder geval voor het deel dat door de vrouw in de [woning] was geïnvesteerd” (akte. pt. 9). De vrouw wilde met de overeenkomst herhaling voorkomen, aangezien zij eerder een ex-partner heeft moeten uitkopen.
- iii) Vóór aankoop van de woning had de man niet eerder een onroerende zaak gekocht. Partijen werden bij aankoop van de woning geadviseerd door de vader van de vrouw, die bekend was met de woningmarkt aangezien hij als makelaar heeft gewerkt. De tekst van de geldleningsovereenkomst is door de vrouw, dan wel haar vader aangeleverd aan de notaris. De man heeft met het opstellen van de inhoud van de overeenkomst geen bemoeienis gehad. De man heeft daarbij vertrouwd op het oordeel en de kunde van de vader van de vrouw. De man is niet gewezen op een voor hem eventuele negatieve uitkomst van de overeenkomst. De samenlevingsovereenkomst en overeenkomst van geldlening zijn ook niet besproken met de notaris (antwoordakte, pt. 6). Partijen hebben de woning aangekocht met de intentie een gezin te stichten. Partijen hadden de intentie alles samen te delen.
- iv) Het is in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat, indien de man op grond van de geldleningsovereenkomst een bedrag aan de vrouw moet voldoen, geen rekening wordt gehouden met het feit dat de woning in de periode na het uiteengaan van partijen aanzienlijk in waarde is verminderd en na het toescheiden aan de vrouw weer in waarde is gestegen. Wanneer de vrouw over een aantal jaar de woning zal gaan verkopen, zal hoogstwaarschijnlijk een flinke overwaarde resteren die in het geheel aan de vrouw toekomt (mva, pt. 4.12). De woning is ook voor een veel te lage waarde aan de vrouw toegedeeld (mva, pt. 4.12; aldus ook akte man, pt. 13 en 14). De man kan het geleende bedrag ook niet voldoen.
- v) Uit de de verklaring van notaris [notaris] (akte vrouw, prod. 18) kan niet de bedoeling van partijen bij het opstellen van de samenlevingsovereenkomst en de overeenkomst van geldlening worden afgeleid. De notaris heeft verklaard niet te beschikken over de indertijd gemaakte gespreksnotities, hij heeft klaarblijkelijk geen herinnering van hetgeen toen met partijen is besproken. Dat is ook onwaarschijnlijk omdat de overeenkomst van geldlening en de samenlevingsovereenkomst ruim 13,5 jaar geleden zijn ondertekend. De verklaring is ook opgesteld aan de hand van de door de vader van de vrouw verstrekte informatie (waarbij onduidelijk is welke informatie is verstrekt).
- vi) “Een groot deel van de geldlening is besteed aan stoffering van de woning, het aanleggen van de tuin, aanschaf van inboedelgoederen etc. Ingevolge de verdeling van de inboedelgoederen, heeft de vrouw een veel groter deel ontvangen zonder dat zij hiervoor aan de man een vergoeding hoeft te voldoen. Het zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn indien de man het gehele geleende bedrag zou moeten terugbetalen. (mva, pt. 5.10).
vrouwvoert het volgende aan.
derhalve zijn aandeel in de koopsom en overige te maken kosten geleend zodat beiden een gelijk bedrag konden dragen.” Aldus heeft de vrouw de man € 90.638,68 geleend. Het overgrote gedeelte van dit bedrag werd aan de woning besteed “
reden waarom het geld ook pas opeisbaar werd bij de toedeling c.q. verkoop van de woning.” Hiermee hebben partijen samen geïnvesteerd in de woning (mvg, pt. 31, 32 en 35). Teneinde de verwerving van de woning, maar ook andere uitgaven “gelijk te kunnen doen” – heeft de vrouw € 90.613,68 geleend aan de man en is de lening bij notariële akte vastgelegd (akte vrouw, pt. 3). Beide partijen waren voor 50% gerechtigd in de eigendom van de woning en zij dienden derhalve beiden 50% van de financiering te dragen en zij zouden “gelijk genieten van winst of dragen in verlies”. Daarbij fungeerde de vrouw in plaats van een derde voor de man als bank (akte vrouw, pt. 18). Dat ten tijde van de aankoop van de woning partijen “niet expliciet [hebben] benoemd” dat de woning ook in waarde zou kunnen dalen, leidt dan ook niet tot een leemte (antwoordakte, pt. 5). Bovendien mocht de vrouw redelijkerwijs ook verwachten dat de waardedeling niet volledig voor haar rekening zou komen (antwoordakte, pt. 15).
vrouwvoert – samengevat – voorts het volgende aan:
- i) De bedoeling van partijen blijkt ook uit de tekst van de overeenkomst, van een leemte in de overeenkomst is geen sprake en de man is derhalve het volledige bedrag van € 90.613,68, conform de akte geldlening aan de vrouw verschuldigd (akte, pt. 5).
- ii) Van uitkoop van de vorige partner van de vrouw was geen sprake. De woning waarin de vrouw en de ex-partner woonden was alleen van haar. Dit blijkt uit prod. 20. Er is met de man ook niet afgesproken dat de woning bij het eind van de relatie zou worden toegescheiden aan de vrouw (antwoordakte, pt. 2 en 14)
- iii) Ook de vrouw heeft slechts een keer eerder een woning gekocht. De vrouw is daarmee niet heel of meer ervaren dan de man te noemen. Ook heeft de man het traject van verkoop van de eerste woning van de vrouw meegemaakt. De vader van de vrouw heeft niet als makelaar gewerkt. De vader heeft partijen alleen geadviseerd over de hypotheekvorm. Van een vertrouwen op het oordeel en kunde van vader is geen sprake geweest. De notaris heeft met partijen gesproken en de tekst van de geldleningsovereenkomst zelfstandig opgesteld (antwoordakte, pt. 12 en 13).
- iv) De woning is niet voor een te lage waarde toegedeeld aan de vrouw. Partijen zijn de waarde samen overeengekomen (mva, pt. 55-67). Of de vrouw nog een overwaarde op de woning zal kunnen realiseren is speculatief (mva, pt. 69). Hoe de toekomstige ontwikkelingen op de woningmarkt zijn, doet niets af aan de verdeling, de minnelijke regeling en de daarmee gepaard gaande toekomstige voor- of nadelen voor de vrouw (antwoordakte, p. 21).
- v) De verklaring van de notaris mr. [notaris] (prod. 18, akte vrouw) onder wiens verantwoordelijkheid het samenlevingscontract en de overeenkomst van geldlening (rov. 6.1), in de woorden van de notaris zelf, zijn “ontworpen”, ondersteunt het standpunt van de vrouw. De notaris heeft, voor zover relevant, als volgt verklaard:
hofstelt voorop dat volgens de eigen stellingen van de man sprake is van een overeenkomst van geldlening. De lener – de man – dient het bedrag van de lening dan terug te betalen op het overeengekomen tijdstip (hier: bij toedeling van de woning aan de vrouw), (art. 7A:1796 en 1800 BW; thans 7:129e BW). De man beroept zich er evenwel op dat partijen zijn overeengekomen dat hij het geleende bedrag niet of niet volledig hoeft terug te betalen bij waardedaling van de woning en dat de samenlevingsovereenkomst en overeenkomst van geldlening aldus moeten worden begrepen.
zijninvestering (curs. hof)) de lening anders zou zijn verstrekt, heeft de man ook niet uitgelegd. Aan dit standpunt van de man wordt dus voorbijgegaan.
WPNR2013 (6966), p. 194 (sub 14)). Verstappen merkt daarover voorts het volgende op:
vrouwstelt in haar akte dat de verklaring is opgevraagd in het kader van het tussenarrest en werd afgelegd ten behoeve van beide partijen. Daarom dient de man de helft van de kosten aan de vrouw te voldoen.
manmaakt bezwaar. De verklaring heeft geen waarde in deze procedure, aangezien de man alleen een taalkundige uitleg geeft van de samenlevingsovereenkomst en de overeenkomst van geldlening. De man is ook niet gekend in het raadplegen van de notaris.
hofoordeelt als volgt. De man heeft niet ingestemd met de opdracht aan de notaris. Bij gebreke van een grondslag voor de vordering van de vrouw (van andere grondslagen is ook niet gebleken), zal deze worden afgewezen.
10.De uitspraak
- de inboedelgoederen vermeld onder punt 44 in de dagvaarding;
- de Seat Cordoba, kenteken [kenteken 1] ;
- de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] ;