ECLI:NL:GHSHE:2019:1141
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens onrechtmatige opzegging franchiseovereenkomst
In deze civiele zaak stond de beëindiging van een franchiseovereenkomst tussen een Duitse vennootschap (appellante) en een Nederlandse BV (geïntimeerde) centraal. Het hof bevestigde dat appellant de overeenkomst niet zonder opzegtermijn mocht beëindigen en dat zij gehouden is tot schadevergoeding aan geïntimeerde.
De hoogte van de schadevergoeding werd vastgesteld op basis van de nettowinst die geïntimeerde gedurende een opzegtermijn van drie maanden zou hebben behaald. Partijen leverden verschillende berekeningen aan, maar het hof schatte de schade op € 1.978,75, uitgaande van een marge gelijk aan de inkoopwaarde van de omzet. Daarnaast wees het hof de wettelijke rente toe conform artikel 6:119 BW Pro.
Een door appellant ingestelde vordering tot vergoeding van beslagkosten werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat en onrechtmatig werd ingebracht in hoger beroep. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en deed opnieuw recht, waarbij partijen hun eigen kosten in eerste aanleg dragen en geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld tot betaling van € 1.978,75 schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente wegens onrechtmatige opzegging van de franchiseovereenkomst.