Het geschil betreft de verschuldigdheid van verzekeringspremies en polismutaties tussen appellant en VGZ Zorgverzekeraar. Appellant betwist de vordering van VGZ voor premies van zijn meerderjarige zoon die van juni 2011 tot december 2012 op zijn polis stond. Het hof oordeelt dat de zoon vanaf zijn meerderjarigheid zelf premieplichtig is en dat appellant niet gehouden is tot betaling van diens premies.
De polismutaties van appellant zelf, voortkomend uit een eerdere onterechte aanmelding bij het Zorginstituut Nederland, worden wel toegewezen omdat appellant onvoldoende heeft betwist dat hij deze premies niet heeft voldaan. De buitengerechtelijke incassokosten worden lager vastgesteld dan door de kantonrechter.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en doet opnieuw recht, waarbij appellant wordt veroordeeld tot betaling van de toegewezen premies en incassokosten, met wettelijke rente. De kosten van beide instanties worden gecompenseerd.