Uitspraak
13.De beschikkingen d.d. 16 november 2017 en 23 november 2017
14.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
15.De verdere beoordeling
12.De beslissing
[minderjarige 1]bij de moeder;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van drie minderjarige kinderen centraal. De moeder verzoekt wijziging van de hoofdverblijfplaats van alle kinderen naar haar, terwijl de vader de huidige situatie handhaaft. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (GI) vanwege ernstige spanningen tussen de ouders.
Het hof constateert dat de relatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat pogingen tot hulpverlening, waaronder de schottenmethode en systeemtherapie, niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd. De kinderen bevinden zich in een loyaliteitsconflict, wat hun welzijn schaadt. De feitelijke situatie is dat één kind bij de moeder woont en de andere twee bij de vader.
Het hof besluit de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder te plaatsen, omdat dit in haar belang is en een terugkeer naar de vader een verstoring zou veroorzaken. De hoofdverblijfplaats van de andere twee kinderen blijft bij de vader, die hen de nodige structuur kan bieden. De zorg- en contactregeling wordt onder toezicht van de GI gesteld, die de regie heeft over de omvang en frequentie van de contacten zolang de ondertoezichtstelling geldt.
Het hof wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de andere twee kinderen af en vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en de zorg- en opvoedingstaken betrof. Er wordt geen kostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoofdverblijf van één kind bij moeder vastgesteld, hoofdverblijf van twee kinderen bij vader gehandhaafd, zorg- en contactregeling onder regie van GI.