Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelbetreft de zorgregeling en klaagt – in essentie – dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door de wijziging van een door de rechtbank vastgestelde zorgregeling, over te laten aan de gezinsvoogd, in plaats van zelf een beslissing te nemen.
aanvullendbepaald dat de gezinsvoogd in het belang van [betrokkene 1]
voor de duur van de ondertoezichtstellingwijziging in de zorgregeling kan aanbrengen, met dien verstande dat er in ieder geval een regelmatig contact tussen [betrokkene 1] en de moeder zal blijven bestaan.
tweede onderdeelklaagt dat het hof in rov. 5.9.5 van de bestreden beschikking ten onrechte geen rekening heeft gehouden met inkomen van de man uit vermogen. De man heeft gesteld een appartement in Polen te bezitten met een huuropbrengst van in elk geval € 430,- per maand, zodat met dit bedrag rekening gehouden had moeten worden.
derde onderdeelbevat alleen een voortbouwende klacht en stelt dat, bij slagen van één of meer van de voorgaande onderdelen, het dictum van de bestreden beschikking niet in stand kan blijven. Nu onderdeel één en twee niet slagen, slaagt het derde onderdeel evenmin.