Uitspraak
1.[appellante 1] ,
[facilitair] FACILITAIR B.V.en
[zorg] ZORG B.V.,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de vraag centraal of appellanten, als indirect bestuurders van twee gefailleerde vennootschappen, ontvankelijk zijn in hun hoger beroep tegen een vonnis waarin zij hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de faillissementsschulden.
De curator vordert dat de indirect bestuurders aansprakelijk worden gehouden wegens onbehoorlijke taakvervulling, wat volgens hem de oorzaak is van de faillissementen. De rechtbank heeft hen reeds hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de tekorten en een voorschot. Alleen de indirect bestuurders zijn in hoger beroep gegaan.
De curator betoogt dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat de rechtstreekse bestuurders geen hoger beroep hebben ingesteld en het vonnis tegen hen onherroepelijk is geworden. Hierdoor is de aansprakelijkheid van de indirect bestuurders op grond van artikel 2:11 BW Pro onherroepelijk en hun verbondenheid met de bestuurders onbetwist.
Het hof geeft appellanten de gelegenheid om op dit verweer te reageren en de curator om hierop te antwoorden. De beslissing over ontvankelijkheid wordt aangehouden tot na deze schriftelijke uitwisseling.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2019.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan en geeft partijen gelegenheid tot nadere schriftelijke uitwisseling.