ECLI:NL:GHSHE:2019:2370
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis en proceskostenveroordeling in nalatenschapsgeschil over verkoop 45km-wagen
In deze civiele nalatenschapszaak stond de vraag centraal of een 45km-wagen tot de nalatenschap behoorde en hoe de opbrengst van de verkoop daarvan was verdeeld. De verkoop vond plaats na het overlijden van de vader van partijen, waarbij de opbrengst van € 3.900 op de bankrekening van een van de erfgenamen is gestort.
De geïntimeerden betwistten aanvankelijk kennis te hebben gehad van de verkoop en de bestemming van de opbrengst, maar het hof concludeerde dat deze beweringen niet klopten en dat de wagen onderdeel was van de nalatenschap. Dit was de laatste openstaande kwestie in het hoger beroep.
Daarnaast vorderde de appellant vergoeding van proceskosten die hij had gemaakt in hoger beroep. Het hof oordeelde dat vergoeding van werkelijk gemaakte kosten alleen in buitengewone omstandigheden mogelijk is, welke hier niet waren vastgesteld. Wel veroordeelde het hof de geïntimeerden in een deel van de proceskosten vanwege hun vertraagde medewerking.
Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis op andere gronden, veroordeelde de geïntimeerden in een deel van de proceskosten en wees het overige af. De uitspraak werd op 9 juli 2019 door het hof te 's-Hertogenbosch gewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt geïntimeerden in een deel van de proceskosten wegens vertraagde medewerking.