ECLI:NL:GHSHE:2019:2399
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling van gewerkte overuren aan vennoot in vennootschap onder firma
In deze zaak vordert een voormalige werknemer, tevens levenspartner van een vennoot, betaling van niet-uitbetaalde overuren van een vennootschap onder firma (vof). De vennootschap werd ontbonden, maar de appellant zette de activiteiten voort. De kantonrechter wees de vordering toe, waarna het hof het vonnis vernietigde en opnieuw recht deed.
Het hof stelde vast dat tussen de werknemer en de vof een arbeidsovereenkomst bestond, ondanks dat deze niet was ondertekend en door een onbevoegde vennoot was aangegaan. De appellant was op de hoogte van het dienstverband en had geen bezwaar gemaakt, waardoor de werknemer erop mocht vertrouwen dat de overeenkomst rechtsgeldig was.
Het hof beoordeelde de omvang van de overuren aan de hand van door de werknemer overgelegde overzichten en wees de vordering toe tot een netto bedrag van €35.041,42, vermeerderd met wettelijke rente. De vennoot werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van het netto equivalent van €35.041,42 aan overuren aan de werknemer, vermeerderd met wettelijke rente.