In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een minderjarige en haar vader centraal, waarbij het hof het belang van de minderjarige vooropstelt. Na eerdere begeleide omgangscontacten (BOR fase 2) waarbij aanvankelijk positieve interacties waren, ontstond een omslag en toonde de minderjarige zorgelijk gedrag, wat leidde tot een ondertoezichtstelling.
De raad concludeerde dat de communicatieproblemen tussen de ouders en de complexe onderlinge verhouding de problematiek in stand houden. De moeder toont weerstand tegen contact met de vader, gebaseerd op niet bewezen beschuldigingen, en de minderjarige ervaart loyaliteitsconflicten. De raad adviseerde een aangepaste omgangsregeling met begeleiding.
Het hof volgt het advies van de gecertificeerde instelling en verwijst partijen naar de module BOR niveau 3 van de Mutsaersstichting, met aandacht voor individuele begeleiding van de minderjarige, ouderbegeleiding en verbetering van de communicatie tussen ouders. De beslissing wordt aangehouden tot 7 november 2019 om de voortgang van de begeleide contacten af te wachten.