In deze civiele procedure tussen Bouwbedrijf en Stichting Casade staat de vraag centraal of Bouwbedrijf aanspraak kan maken op wettelijke handelsrente vermeerderd met 2% over stagnatieschade die zij heeft geleden door vertragingen veroorzaakt door Casade.
De partijen sloten aannemingsovereenkomsten en twee vaststellingsovereenkomsten, waarbij zij het merendeel van hun geschilpunten regelden. Het geschil betrof onder meer stagnatieschade, waarbij Bouwbedrijf stelt dat deze kosten onderdeel zijn van de primaire prestatie en dus recht geven op wettelijke handelsrente plus 2% volgens § 45 UAV 1989.
Het hof oordeelt dat stagnatieschade niet kan worden gekwalificeerd als meerwerk of bijbetaling conform de aannemingsovereenkomst en UAV 1989, mede omdat geen schriftelijke opdracht voor meerwerk is gegeven en de meldingsplicht voor bijbetaling niet is nageleefd. De stagnatieschade wordt aangemerkt als schadevergoeding op grond van tekortkoming van Casade, waarover slechts de gewone wettelijke rente verschuldigd is. De vorderingen van Bouwbedrijf worden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.