De werknemer trad in 2009 in dienst bij een vennootschap en vervulde vanaf 2012 dezelfde functie bij een dochtermaatschappij die de exportactiviteiten naar Turkije en Arabische landen verzorgde. De werkgever vroeg ontslagvergunning aan wegens bedrijfseconomische omstandigheden, omdat de exportactiviteiten niet van de grond kwamen en de functie van de werknemer kwam te vervallen.
De werknemer voerde aan dat het ontslag onrechtmatig was omdat hij zich ziek had gemeld vóór de ontslagaanvraag en dat de functie niet vervallen was. Het hof oordeelde dat de werknemer zijn werkzaamheden volledig had hervat voordat de ontslagaanvraag werd ingediend, zodat het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing was. Ook was de functie daadwerkelijk komen te vervallen vanwege het beëindigen van het exportproject.
Verder stelde de werknemer dat er herplaatsingsmogelijkheden waren binnen het concern, maar het hof vond dat de werkgever voldoende had aangetoond dat herplaatsing niet mogelijk of redelijk was. Het afspiegelingsbeginsel was niet van toepassing omdat de werknemer de enige was in zijn functie. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees het hoger beroep af.