Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 21 juni 2017;
- het proces-verbaal van voortzetting getuigenverhoor en van contra-enquête van 13 oktober 2017;
- het proces-verbaal van voortzetting van de contra-enquête van 22 januari 2018;
- een op 5 april 2018 ingekomen V8-formulier van mr. Lammers waarin wordt aangegeven dat appellante afziet van het horen van de getuige [getuige 1] en waarin deze meedeelt dat de contra-enquête kan worden gesloten;
- de conclusie na enquête van 27 april 2018 van [grond- en sloopwerken] ;
- de memorie van antwoord na enquête van 17 mei 2018 van [appellant] .
6.De verdere beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
[appellant] heeft eind april 2015 een partij verlijmde spanten verkocht voor een bedrag van € 7.500,- terwijl hij in eerste instantie slechts een bedrag van € 4.500,- heeft verantwoord en afgedragen.
hadden wij in grote lijnen overeenstemming bereikt over het verwijderen van asbest van beide werken (…) [potentieel opdrachtnemer] wenste een bedrag te ontvangen van € 150.000,-- excl. B.T.W. voor het verwijderen van de asbest op beide werken. Namens [grond- en sloopwerken] Grond- en Sloopwerken B.V. heb ik aangegeven dat wij slechts bereid waren om het bedrag ad € 140.000,-- te betalen betreft [plaats 2] € 120.500,-- en [plaats 1] € 19.500,-- excl. btw. (…)
“(…) Met betrekking tot het project [plaats 2] en het verwijt dat mij is gemaakt antwoord ik het volgende. [medewerker van potentieel opdrachtnemer] heeft contact met mij gehad en onder meer gevraagd hoe het met mij ging. Er is tussen mij en [medewerker van potentieel opdrachtnemer] niet gesproken over de bedragen van de offerte. Ik weet dat in onze calculatie voor het project [plaats 2] een hoger bedrag aan kosten voor asbestsanering is opgenomen. Ik heb daar echter niet over gesproken met [medewerker van potentieel opdrachtnemer] .(…)”
ibesproken verwijt wel is bewezen. De stelling van [appellant] dat het uiten van de verwijten door [grond- en sloopwerken] zo ernstig is geweest dat dit moet worden beschouwd als ernstig verwijtbaar handelen van [grond- en sloopwerken] wordt derhalve verworpen.
- griffierecht € 718,--
- advocaatkosten € 8.815,50 (4,5 punten x € 1.959,--, op basis van tarief IV)
- getuigentaxen