Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 26 september 2018;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 januari 2019;
- een V6-formulier met een brief van [verweerder] met een productie, ingekomen ter griffie op 21 januari 2019;
- de op 14 februari 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:
- de ter zitting door beide partijen overgelegde pleitnota’s;
- een V2-formulier waarmee mr. Wilschut zich als advocaat heeft onttrokken, ingekomen ter griffie op 22 februari 2019.
3.De beoordeling
2. de transitievergoeding ten bedrage van € 12.061,-;
2. een ten onrechte op de bonus van 2017 ingehouden bedrag van € 13.595,13;
“(…) In de onderhavige zaak gaat het om de vraag welke werknemers in aanmerking komen voor een door de werkgever in het kader van een reorganisatie gecreëerde nieuwe functie. Hetgeen hiervoor in 3.4.4-3.4.5 hieromtrent is overwogen, laat onverlet dat een werknemer die met ontslag wordt bedreigd, voorrang heeft boven een externe kandidaat. De werkgever zal, voordat hij de nieuwe functie aanbiedt aan een externe kandidaat, moeten onderzoeken of deze functie passend is voor een met ontslag bedreigde werknemer (zie de hiervoor in 3.4.3 weergegeven toelichting op art. 9 Ontslagregeling Pro, laatste drie volzinnen). Hierbij is van belang dat in een dergelijk geval een functie ook als passend kan worden aangemerkt indien de met ontslag bedreigde werknemer niet geschikt is voor die functie maar daarvoor wel “binnen een redelijke termijn met behulp van scholing geschikt zal kunnen zijn” (zie de genoemde toelichting, eerste volzin).”