Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5422500, rolnummer 16-5822)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven in principaal hoger beroep met 13 producties (genummerd 15 tot en met 27);
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met wijziging van eis in reconventie, met 5 producties (genummerd 18 tot en met 22);
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met een productie (nr. 28).
3.De beoordeling
- De serviceflat “ [de serviceflat] ” is een gebouw aan de [adres 1] te [vestigingsplaats] .
- Bij notariële akte van 24 november 1972 (verder: de akte van splitsing) is het gebouw gesplitst in 114 appartementen en is de VvE opgericht. De VvE is een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 BW Pro.
- In de akte van splitsing is een reglement als bedoeld in het toenmalige artikel 638f BW opgenomen. In dat reglement staan onder meer de navolgende bepalingen:
- Naast de VvE is opgericht de in bovengenoemd reglement vermelde “Coöperatie tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat “ [de serviceflat] ” U.A.” (hierna: de coöperatie). Volgens artikel 3 van Pro de statuten van de coöperatie beoogt de coöperatie: “het behartigen, zonder winstoogmerk, van de stoffelijke belangen harer leden, zowel op het gebied van huisvesting als van de huishouding”.
- De coöperatieve vereniging is per 31 december 2013 omgezet in een “gewone” vereniging, de Vereniging tot verlening van diensten aan de bewoners van de serviceflat “ [de serviceflat] ” (hierna: de VvD). Volgens artikel 2 lid 1 van Pro de statuten van de VvD is haar doel “het behartigen van de belangen van haar leden op zowel het gebied van huisvesting als van de huishouding en het verrichten van al hetgeen hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
- Enkele leden van de VvE hebben in 2013 aan de VvE en de coöperatie meegedeeld dat zijn geen lid wilden worden van de VvD. De VvD heeft met ingang van 1 januari 2014 echter ook aan die leden van de VvE maandelijkse bijdragen in rekening gebracht. Enkele leden van de VvE hebben de door de VvD in rekening gebrachte bijdragen geheel of ten dele onbetaald gelaten. De VvD heeft vervolgens in 2014 gerechtelijke procedures gestart tegen deze personen en volledige betaling van de door haar in rekening gebrachte bijdragen gevorderd.
- Dit heeft geresulteerd in drie vonnissen van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 oktober 2014 (ECLI:NL:RBZWB:2014:9239, ECLI:NL:RBZWB:2014:9241 en ECLI:NL:RBZWB:2014:9245), waarin is geoordeeld dat de bedoelde personen geen lid zijn van de VvD en waarin de vorderingen van de VvD tegen deze personen zijn afgewezen. De VvD heeft hoger beroep ingesteld tegen de drie vonnissen, waarna die vonnissen in hoger beroep door dit hof zijn bekrachtigd bij arresten van 19 april 2016 (ECLI:NL:GHSHE:2016:1515, ECLI:NL:GHSHE:2016:1516 en ECLI:NL:GHSHE:2016:1517).
- Naar aanleiding van de vonnissen van 15 oktober 2014 hebben de VvE en de VvD besloten tot een samenvoeging in die zin dat de VvD haar activiteiten met ingang van 1 januari 2015 zou beëindigen en de VvE mede de bijdragen in rekening zou gaan brengen die voorheen door de VvD in rekening werden gebracht. Overeenkomstig dat besluit heeft de VvD met ingang van 1 januari 2015 geen bedragen meer in rekening gebracht aan leden van de VvE en is de VvE-bijdrage met ingang van 1 januari 2015 dienovereenkomstig verhoogd.
- De algemene vergadering van de VvE heeft in haar vergadering van 3 december 2014 de begroting voor 2015 vastgesteld. De VvE-bijdrage voor een 3-kamer appartement is daarbij vastgesteld op € 344,-- per maand, te vermeerderen met een voorschot van € 60,-- per maand op de stookkosten. De bijdrage inclusief het genoemde voorschot is dus vastgesteld op € 404,-- per maand. De VvE-bijdrage voor een driekamerappartement bedroeg in 2014 € 170,-- exclusief stookkosten.
- De algemene vergadering van de VvE heeft in haar vergadering van 2 december 2015 de maandelijkse bijdragen voor 2016 op hetzelfde bedrag vastgesteld als voor 2015.
- [geïntimeerde] is sinds 28 oktober 2015 eigenaar van het appartement [adres 2] te [vestigingsplaats] , een 3-kamer appartement in [de serviceflat] . In artikel 11 van Pro de akte van levering staat onder meer het volgende:
- [geïntimeerde] is als eigenaar van een appartementsrecht van rechtswege lid van de VvE. [geïntimeerde] is geen lid van de VvD.
- De VvE heeft aan [geïntimeerde] VvE-bijdragen in rekening gebracht overeenkomstig de besluiten van 3 december 2014 en 2 december 2015 tot vaststelling van de VvE-bijdragen over 2015 en 2016. [geïntimeerde] heeft de in rekening gebrachte bedragen ondanks aanmaningen en sommaties niet volledig voldaan.
- [geïntimeerde] heeft bij een in of omstreeks september 2014 gesloten koopovereenkomst van [appellante in 200.226.628_01] (hierna: [appellante in 200.226.628_01] ) het appartementsrecht ter zake het in [de serviceflat] gelegen appartement [adres 3] te [vestigingsplaats] gekocht. [geïntimeerde] en [appellante in 200.226.628_01] hebben het notariskantoor Easy Notary te [standplaats] opdracht gegeven om de leveringsakte te passeren. De levering zou plaatsvinden op 24 oktober 2014.
- In verband met de door haar te passeren leveringsakte heeft Easy Notary bij e-mail van 3 oktober 2014 aan de VvE om de in artikel 5:122 lid 5 BW Pro bedoelde verklaring en in artikel 5:122 lid 6 BW Pro bedoelde informatie gevraagd.
- Bij brief van 10 oktober 2014, gesteld of briefpapier van “VERENIGING VAN EIGENAREN EN / OF VERENIGING TOT VERLENING VAN DIENSTEN AAN DE BEWONERS VAN DE SERVICEFLAT “ [de serviceflat] ” TE [vestigingsplaats] ” heeft [de penningmeester van de VvE en de VvD] , penningmeester van de VvE en de VvD, als reactie op de e-mail van 3 oktober 2014 onder meer het volgende meegedeeld aan Easy Notary:
bepaald:
- Bij vonnis van 15 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:9245, heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in de door de VvD tegen [appellante in 200.226.628_01] aangespannen procedure geoordeeld dat [appellante in 200.226.628_01] geen lid is van de VvD. De kantonrechter heeft de vordering van de VvD tegen [appellante in 200.226.628_01] afgewezen.
- Bij brief van 22 oktober 2014 heeft de gemachtigde van [appellante in 200.226.628_01] aan het bestuur van de VvE onder meer het volgende meegedeeld:
- Op 24 oktober 2014 hebben [appellante in 200.226.628_01] en [geïntimeerde] getracht de notaris ervan te overtuigen dat de levering van het appartementsrecht doorgang kon vinden. De notaris had op dat moment geen bericht van de VvE ontvangen waarin de in de brief van 10 oktober 2014 tegen de levering geformuleerde bezwaren waren ingetrokken. De notaris heeft niet meegewerkt aan de levering van het appartementsrecht.
- Bij brief van 6 maart 2015 heeft penningmeester van de VvE en de VvD aan de notaris meegedeeld dat er geen belemmeringen bestaan om het appartement(srecht) aan [geïntimeerde] over te dragen.
- Het in het geschil tussen de VvD en [appellante in 200.226.628_01] gewezen vonnis van 15 oktober 2014 is in hoger beroep door dit hof bekrachtigd bij arrest van 19 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1516.
- € 3.272,60 aan achterstallige VvE-bijdragen over de periode tot en met september 2016, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 september 2016;
- € 34,98 aan wettelijke rente over het bedrag van € 3.272,60, berekend tot en met 27 september 2016;
- € 404,-- per maand voor iedere maand dat [geïntimeerde] vanaf 1 oktober 2016 in gebreke blijft om de VvE-bijdrage te voldoen, vermeerderd met wettelijke rente;
- € 452,26 ter zake buitengerechtelijke incassokosten;
- Het beroep van [geïntimeerde] op nietigheid van de besluiten van de algemene vergadering van de VvE tot vaststelling van de maandelijkse bijdragen over 2015 en 2016 slaagt als deze besluiten in strijd zijn met de akte van splitsing (rov. 4.4).
- In de begrotingen over 2015 en 2016 is een bedrag opgenomen voor recreatie. De kosten van recreatie of een recreatiecommissie passen niet in de statutaire taak van de VvE. Dit brengt mee dat het beroep van [geïntimeerde] op nietigheid van de besluiten tot vaststelling van de begrotingen over 2015 en 2016 gegrond is (rov. 4.8 en 4.9).
- Het verweer van [geïntimeerde] tegen de stelling van de VvE dat zij de VvE-bijdragen moet betalen omdat de VvE bijdragen bij de besluiten van 3 december 2014 en 2 december 2015 zijn vastgesteld, slaagt dus (rov. 4.10).
- Omdat het oordeel over de nietigheid van de besluiten grote gevolgen kan hebben, zal de mogelijkheid van tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis in conventie worden opengesteld (rov. 4.11).
- Indien het vonnis niet in hoger beroep wordt vernietigd, komt de kantonrechter toe aan de subsidiaire grondslag van de vordering, te weten ongerechtvaardigde verrijking. De partijen moeten hun standpunten over die grondslag nader toelichten en onderbouwen (rov. 4.13 tot en met 4.15).
- bepaald dat tussentijds hoger beroep tegen het vonnis open staat;
- de VvE gelast om, zodra vaststaat dat geen tussentijds hoger beroep tegen het vonnis is of zal worden ingesteld, dan wel dat het vonnis in hoger beroep niet is vernietigd, bij akte de subsidiaire grondslag van de vordering nader toe te lichten en met stukken te onderbouwen en zich uit te laten over de van [geïntimeerde] ontvangen betalingen over 2015 en 2016, zoals in het vonnis onder 4.13 en 4.14 overwogen.
- een verklaring voor recht dat de VvE onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld door de notaris niet uiterlijk vóór de op 24 oktober 2014 geplande levering, maar pas op 6 maart 2015 op de hoogte te stellen van het ontbreken van enig beletsel voor de overdracht van het appartementsrecht door [appellante in 200.226.628_01] aan [geïntimeerde] ;
- een verklaring voor recht dat de VvE gehouden is om de ten gevolge daarvan geleden schade aan [geïntimeerde] te vergoeden, op te maken bij staat (het hof leest dit, mede gelet op het gestelde in nr. 95 van de betreffende memorie en het bepaalde in artikel 612 Rv Pro, als een vordering tot veroordeling van de VvE tot vergoeding van de door [geïntimeerde] geleden schade, op te maken bij staat);
- veroordeling van de VvE tot betaling van € 1.637,50 aan [geïntimeerde] , vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 24 oktober 2014, ter zake reeds vaststaande schade;
- verantwoordelijk is voor onder meer de beleidsvoorbereiding ten behoeve van de beleidsbesluiten gericht op de continuïteit van de serviceorganisatie;
- inzicht heeft in de zeer diverse woon- en leefsituatie van de zelfstandig wonende senioren, en kennis heeft van regelgeving die te maken heeft met de specifieke organisatie van de serviceflat en van deze doelgroep;
- aansturend is bij contacten tussen interne dienstverlenende partijen zoals medewerkers en mantelzorgers etc.
- dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [geïntimeerde] zich op de nietigheid van de besluiten tot vaststelling van de VvE-bijdragen over 2015 en 2016 beroept, en dat het beroep op die nietigheid daarom op grond van artikel 2:8 lid 2 BW Pro verworpen moet worden;
- dat, indien al sprake is van nietigheid van de besluiten omdat bepaalde kostenposten niet passen in de statutaire taak van de VvE, de nietigheid slechts dat deel van de besluiten betreft zodat de besluiten voor het overige in stand blijven (art. 3:41 BW Pro).
- onder verwijzing naar artikel 3 lid 2 van Pro de akte van splitsing gesteld dat de overdracht pas kan plaatsvinden nadat [geïntimeerde] schriftelijk heeft medegedeeld dat zij vanaf het moment van de overdracht als lid van de VvD is aangemeld en de VvD daaromtrent een schriftelijke verklaring heeft afgegeven;
- dat [appellante in 200.226.628_01] een schuld heeft aan de VvD en dat zij in verband daarmee vóór de overdracht € 3.000,-- in derdendepot bij de notaris dient te storten, bij gebreke waarvan “wij conservatoir beslag op het appartement zullen leggen”.
- A. € 1.590,-- inclusief btw ter zake een aanbetaling die is gedaan aan Klussenbedrijf [klussenbedrijf] ;
- B. € 32,30 ter zake reiskosten van [vestigingsplaats] naar [standplaats] en terug;
- C. € 15,-- aan telefoonkosten.
- voor recht verklaren dat de VvE onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld door de notaris niet uiterlijk vóór de op 24 oktober 2014 geplande levering, maar pas op 6 maart 2015 op de hoogte te stellen van het ontbreken van enig beletsel voor de overdracht van het appartementsrecht door [appellante in 200.226.628_01] aan [geïntimeerde] ;
- de VvE veroordelen om aan [geïntimeerde] de schade te vergoeden die zij door de genoemde onrechtmatige daad heft geleden, op te maken bij staat;
- de VvE als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in proceskosten van het geding bij de kantonrechter in reconventie.
4.De uitspraak
- veroordeelt de VvE om de overige schade die [geïntimeerde] door de onrechtmatige daad heeft geleden aan [geïntimeerde] te vergoeden, op te maken bij staat;
- veroordeelt de VvE in de proceskosten van het geding in reconventie, en begroot die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] op € 600,-- aan salaris gemachtigde;
- wijst het in reconventie meer of anders gevorderde af;