Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 3 september 2019;
- het pleidooi van 21 februari 2020, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de voorafgaand aan het pleidooi door [appellante] toegezonden producties 9 tot en met 13, die [appellante] bij gelegenheid van het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de voorafgaand aan het pleidooi door Woonbedrijf toegezonden productie 19 die Woonbedrijf bij gelegenheid van het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- het H-formulier van 18 februari 2020, waarbij de advocaat van [appellante] heeft gemeld dat [appellante] op 17 februari 2020 is vrijgesproken in de strafzaak die in verband met de in haar woning aangetroffen zaken tegen haar aanhangig is gemaakt.
6.De verdere beoordeling
- (De rechtsvoorganger van) Woonbedrijf heeft met ingang van 1 maart 1993 de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] verhuurd aan [appellante] . In de schriftelijke huurovereenkomst is bepaald dat het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als woonhuis.
- De woning maakt onderdeel uit van een blok van woningen die door Woonbedrijf worden verhuurd.
- Op de huurovereenkomst is het huurreglement, vastgesteld door (de rechtsvoorganger van) Woonbedrijf op 1 januari 1978, van toepassing. Hierin is onder meer het volgende bepaald:
- Bij brief van 10 mei 2019 heeft Woonbedrijf [appellante] meegedeeld dat Woonbedrijf tot een beëindiging van de huurovereenkomst wil komen. Woonbedrijf heeft [appellante] verzocht om ter voorkoming van een gerechtelijke procedure de huurovereenkomst zelf op te zeggen. [appellante] is daartoe niet overgegaan.
- Bij brief van 14 mei 2019 heeft de advocaat van [appellante] aan Woonbedrijf meegedeeld dat [appellante] niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de wapens en het geld in haar woning, aangezien haar zoon die zaken uit het zicht in de woning had verstopt.
- De politie heeft een aanvullende rapportage van 24 mei 2019 opgesteld. In deze rapportage staat onder meer dat het alarmpistool en de pepperspray zijn aangetroffen in een kast in de woonkamer, en dat, kort gezegd, de (onderdelen van) vuurwapens, munitie en het contant geldbedrag zijn aangetroffen in (de open inbouwkast in) de slaapkamer op de eerste etage aan de achterzijde van de woning.