De Woonplaats vordert ontruiming van de woning die door gedaagde wordt gehuurd vanwege aantreffen van harddrugs en vermoedens van drugshandel vanuit de woning. De burgemeester had de woning eerder gesloten, maar dit besluit werd geschorst vanwege onduidelijkheden over de rol van gedaagde.
De rechtbank stelt vast dat er drugs en geld zijn aangetroffen, en dat er overlast is gemeld door buurtbewoners. Echter, verklaringen van andere buurtbewoners weerleggen deze overlast, waardoor nader onderzoek nodig zou zijn. De rechtbank volgt het voorlopige oordeel van de bestuursrechter dat onvoldoende is bewezen dat gedaagde betrokken was bij drugshandel of zich niet als goed huurder gedroeg.
De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen. Wel wordt gedaagde een gedragsaanwijzing opgelegd om overlast en criminele activiteiten te voorkomen. De huurachterstand wordt toegewezen, maar de maandelijkse huurverplichting vanaf november wordt afgewezen omdat deze reeds uit de huurovereenkomst voortvloeit. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten.