ECLI:NL:GHSHE:2020:1113
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel beledigend taalgebruik in belastingzaken
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 april 2020 een tussenuitspraak gedaan waarin het gemachtigde, alsmede de vennootschappen B BV en C BV, wordt geweigerd als gemachtigde op te treden in een reeks belastingzaken. Dit volgt op herhaaldelijk gebruik van grievende en beledigende taal in processtukken, waaronder termen als "hoerenkast" en "enorme criminele organisatie" gericht aan rechterlijke ambtenaren en colleges.
Het hof stelt dat hoewel partijen zich in procedures vrij mogen uiten, het taalgebruik niet onnodig grievend mag zijn en beschuldigingen feitelijk onderbouwd moeten worden. De gemachtigde heeft geweigerd de beledigende bewoordingen terug te nemen, ondanks waarschuwingen en eerdere weigeringen door andere rechterlijke colleges.
Het hof oordeelt dat het taalgebruik de goede procesorde ernstig verstoort en kan leiden tot benadeling van de belangen van de vertegenwoordigde partijen. De weigering is niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of het recht op bijstand, omdat het slechts de vertegenwoordiging door deze gemachtigde betreft. Belanghebbenden krijgen de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en schriftelijk aan partijen verzonden. Tegen deze tussenuitspraak is geen afzonderlijk rechtsmiddel mogelijk, behalve gelijktijdig met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak.
Uitkomst: Het hof weigert de gemachtigde en zijn vennootschappen als vertegenwoordiger wegens grievend taalgebruik en biedt belanghebbenden gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.