Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond;
- bevestigtde uitspraak van de rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was sinds 16 mei 2014 ingeschreven in de basisregistratie personen en werd op 1 mei 2017 gecontroleerd terwijl zij een auto met buitenlands kenteken bestuurde. Voor deze auto was geen motorrijtuigenbelasting (mrb) betaald. De inspecteur legde een naheffingsaanslag mrb en een verzuimboete op. Belanghebbende stelde dat haar hoofdverblijf in Roemenië was en dat de auto pas vanaf 1 maart 2016 in Nederland ter beschikking stond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de naheffingsaanslag, maar matigde de boete. Het hof bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar hoofdverblijf buiten Nederland lag. De auto werd rijdend aangetroffen op een openbare weg, waardoor het gebruik van de weg vaststond.
Het hof verwierp het verweer dat het naheffingstijdvak pas vanaf 1 maart 2016 zou moeten ingaan, omdat de overgelegde verklaringen onvoldoende objectief bewijs bevatten. De verzuimboete werd passend geacht gezien de beperkte controlemogelijkheden bij buitenlandse kentekens en het bewijsvermoeden dat aan de naheffing ten grondslag lag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en de gematigde verzuimboete.